Kronkel beken in Drenthe – het kan altijd beter


Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw werden beken overal in Nederland gekanaliseerd, om het water uit een gebied snel te kunnen afvoeren. Ook werden er veel watergangen bij gegraven om het land verder te draineren. Dat was goed voor de landbouw, immers: koeien en gewassen hielden droge voeten en de opbrengsten gingen omhoog. Gaandeweg bleek echter veel van de biodiversiteit in en rond de beken te verdwijnen. Bovendien werden de bovenstroomse gebieden door het geleidelijk veranderende klimaat de laatste decennia in het voorjaar en in de zomer steeds droger; zo kwamen in 2018 beken volledig zonder water te zitten en legden vissen massaal het loodje. Benedenstrooms ontstaat er in de herfst en winter juist wateroverlast door overvloedige neerslag.

Water- en natuurbeheerders proberen deze situatie de laatste jaren terug te draaien en trekken een groot aantal beken, zoals de Ruiten Aa, weer krom: het water legt daardoor een grotere weg af en blijft dus iets langer in het gebied. Met geld van waterschappen, provincies en gemeenten worden aanliggende gronden aangekocht, oude meanders uitgegraven en stuwen verwijderd. Het is een megaproject: het streven is dat voor 2027 enkele duizenden kilometers aan beken weer een natuurlijke, vrije loop hebben gekregen. Alleen al het herstel van de dertig kilometer lange Ruiten Aa en het natuurgebied eromheen kost twintig miljoen euro, en dat nog zonder aankoop van extra grond. Ook het Waddenfonds levert een flinke bijdrage, want de beek mondt via de Westerwoldse Aa uit in de Dollard en is een belangrijke trekroute voor vissen die migreren tussen zout en zoet water, zoals paling, bot en rivierprik.
 
Herstel van beken heeft ook plaats gevonden in Nationaal Park Drentse Aa, tussen Assen, Gieten en Haren, zo’n dertig kilometer ten westen van de Ruiten Aa. Bijvoorbeeld bij het Deurzerdiep, een gekanaliseerde beek die tot 2015 gewoon rechtdoor liep; stuwen regelden de waterstanden. Nu stroomt het water onbelemmerd al kronkelend richting Groningen.

Deurzerdiep

In Nederland is zo’n 2300 kilometer beek inmiddels hersteld, meldde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in april 2020. Tot 2027 komt daar waarschijnlijk nog zo’n zeshonderd kilometer bij. De herstelde beken mogen er dan vaak aantrekkelijk uitzien en gewenste beeksoorten als weidebeekjuffer en serpeling aantrekken, toch blijven de waterkwaliteit en biodiversiteit achter bij de verwachtingen.

Een beek moet altijd stromen. Die kan niet drie maanden droogvallen in de zomer en tien waterpieken hebben in de herfst en winter, zoals nu vaak gebeurt. Door de droogte sterven de planten en dieren, bij waterpieken worden ze ruw met de stroom meegesleurd. Veel herstelde beken in Nederland staan nog altijd bloot aan die enorme fluctuaties.

Een ander probleem is dat er niet genoeg biotoop is voor beeksoorten. Bij het onderzoek naar beekherstel is er onvoldoende rekening gehouden met de habitat in en rond de beek. Het meanderen en kunnen overstromen stonden voorop. Terwijl een beek ook altijd omgeven moet zijn met struiken en bomen. Blad is dé energiebron van de beek. Bladeren en de afbraakproducten ervan zijn een belangrijke voedselbron voor veel organismen – zoals waterinsecten, die op hun beurt worden gegeten door vissen. Verder blijft het beekwater in de boomschaduw ’s zomers koel, wat de groei van waterplanten en algen, die de beek kunnen verstikken, beperkt. Een ander voordeel: vegetatie langs de beek vormt een buffer tegen meststoffen en landbouwbestrijdingsmiddelen. Bomen en struiken nemen de stoffen op of breken ze gedeeltelijk af.

Weidebeekjuffer (Klik voor vergroting) Paringswiel van Libelles - Beekrombout (Klik voor vergroting)

Een goed beekdal bestaat uit vijf zones: 1. de beek zelf; 2. aan weerszijden ervan een boszone; 3. een bosschagezone met struiken; 4. een bufferzone met korte vegetatie of extensieve landbouw; en 5. een beekflank met traditionele landbouw of bebouwing. Als je de beek zo inricht, gaat het hele beekdal functioneren als een spons. Het houdt water vast in natte tijden en geeft water af in droge tijden. Bovendien krijgen de flora en fauna ook alles wat ze nodig hebben: schaduw, bladeren, vocht, en altijd water.

Gastersche Diep

Een bijzondere plek ligt in het Gasterense Diep, een beek die nooit is rechtgetrokken. Dichtbij de beek  wordt de grond steeds natter. Achter de struiken klatert water. Daar ligt de anderhalve meter hoge dam van de familie bever. Die heeft het bovenstroomse deel van de beek veranderd in een moeras. Ook de natuur werkt mee aan beekherstel, maar een beek moet altijd stromen. De zeldzame rivierprik kan anders niet migreren en paaien.

Benieuwd naar kronkelende beken. Ga zelf ook eens kijken in Drenthe bij het Gasterense Diep, of bezoek de Drentse Aa.

Bron:
Tekst: Bewerking Natuur Instituut – Anton van Riel
Foto's: Stockfoto